Neurotransmitters

Het stroompje met informatie wordt op de volgende cel overgebracht met behulp van neurotransmitters (overdrachtstoffen). Dit zijn chemische stofjes die in de zenuwcel worden gemaakt en in blaasjes in de axonuiteinden opgeslagen liggen. Als het elektrische stroompje een axonuiteinde bereikt, bewegen de blaasjes met daarin de neurotransmitters in de richting van de synaptische spleet. Daar worden de blaasjes geleegd, de neurotransmitters worden in de synaptische spleet uitgestoten. De neurotransmitters steken de synaptische spleet over en bereiken zo een dendriet van de volgende cel.

Als de neurotransmitters een dendriet van de volgende cel bereikt hebben, binden ze aan receptoren die zich op de dendriet bevinden. Een receptor is een soort schakelaar. De binding van een neurotransmitter aan een receptor zorgt dat de receptor wordt “aangezet”. Als de neurotransmitters genoeg receptoren aangezet hebben, ontstaat een nieuw elektrisch stroompje in de dendriet van de tweede zenuwcel. Met behulp van neurotransmitters is het het stroompje met informatie gelukt om de open ruimte tussen een axonuiteinde en een dendriet te overbruggen. Dit proces herhaalt zich miljoenen keren van zenuwcel op zenuwcel. Op deze manier wordt de informatie in de hersenen rondgestuurd en verwerkt.

Onze hersenen bestaan uit gebieden die verschillende functies hebben. Neurotransmitters zorgen dat deze gebieden hun functie uitoefenen door elektrische stroompjes met informatie rond te sturen. Het rondsturen van elektrische stroompjes in een bepaald gebied zorgt bijvoorbeeld voor herinneringen.

Serotonine
Uitleg Rapport Pennings: Hoofdstuk 1 Inleiding