1    Inleiding (pdf Pennings)

In de inleiding van het Rapport Pennings worden enkele basisbegrippen en principes besproken. Deze zijn voor het begrijpen van het verdere rapport van belang. Op de eerste plaats het begrip ecstasy. Gewoonlijk wordt er van uitgegaan dat er in een ecstasypil altijd MDMA zit. In de praktijk blijkt dat niet altijd het geval. Er worden andere stoffen toegevoegd en er zit niet altijd evenveel in één pil. Doseringen in verschillende ecstasypillen kunnen enorm verschillen.

Onderzoek naar de gevolgen van ecstasygebruik in mensen wordt meestal gedaan door personen te onderzoeken die in het verleden ecstasypillen hebben geslikt. Dat betekent dat niet bekend is hoeveel MDMA die mensen in het verleden precies binnen hebben gekregen. Het kan zijn dat die mensen ook andere stoffen die in de ecstasypillen zaten hebben binnengekregen. In theorie is het mogelijk dat die andere stoffen verantwoordelijk zijn voor de gevonden ongewenste effecten, en niet de stof MDMA. Bij onderzoek met proefdieren ligt dat anders. In proefdieronderzoek wordt altijd gewerkt met de zuivere stof MDMA. Daarom wordt in het rapport bij het onderzoek bij gebruikers de term ecstasy (XTC) gebruikt en bij proefdieren MDMA, de naam van de zuivere stof.

In de inleiding wordt ook ingegaan op de effecten zelf. De hersenen en de rest van het zenuwstelsel, maken het uitoefenen van bepaalde functies mogelijk. Een verandering van (hersen)functies is altijd terug te voeren op veranderingen in de structuur of de werking van onderdelen van het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel, waar de hersenen een onderdeel van zijn, bestaat uit zenuwcellen en de uitlopers daarvan. Schade aan de hersenen kan dus bestaan uit schade aan die zenuwcellen of schade aan de uitlopers.

Het is onbekend of schade die is ontstaan ook kan worden hersteld. Op plekken waar zenuwuitlopers ‘afgebroken’ worden ontstaan op den duur wel nieuwe uitlopers, maar het is niet aangetoond dat deze ook de oorspronkelijke functie van de verdwenen uitlopers kunnen overnemen. Waarschijnlijk kunnen bij beschadiging van bepaalde delen van het zenuwstelsel andere structuren of andere delen van de hersenen het functieverlies (gedeeltelijk) opvangen. Dit verschijnsel wordt plasticiteit van de hersenen genoemd.

§1.1 Factoren die het onderzoek bemoeilijken