Onderzoekstechnieken.

 

In dierexperimenten is aangetoond dat MDMA, de psychoactieve stof in XTC, kan leiden tot schade aan zenuwcellen. Het gaat hierbij om schade van de uitlopers van serotonerge zenuwcellen. Deze schade bij proefdieren kon worden vastgesteld door de proefdieren in te spuiten met MDMA of dit op een andere manier, bijvoorbeeld via het voedsel, toe te dienen. Na een bepaald tijdsverloop worden de proefdieren afgemaakt en worden de hersenen in microscopisch dunne plakjes gesneden. De plakjes van de delen van de hersenen die men wil onderzoeken worden gekleurd met een specifieke kleurstof. Voor onderzoek van serotonerge zenuwcellen worden kleurstoffen gebruikt die alleen de serotonerge zenuwcellen kleuren. De serotonerge zenuwcellen in het hersenplakje kunnen onder een microscoop worden bestudeerd. Ook kan men dan zien of deze zenuwen zijn beschadigd [Figuur].
Bij mensen is dit soort onderzoek niet mogelijk. Op de eerste plaats kan men geen plakjes maken van menselijke hersenen, zoalng die mensen nog in leven zijn. Ook is het niet ethisch om onderzoek te doen bij mensen met stoffen waarvan vermoedt wordt dat die zenuwen beschadigen. Toch willen onderzoekers natuurlijk graag weten of de effecten van MDMA die in proefdieren zijn gevonden ook optreden in de mens. Met behulp van indirecte methoden kan wel een indruk verkregen worden van eventuele veranderingen. in hoofdstuk 3 van het Rapport Pennings wordt het onderzoek naar de neurotoxiciteit van MDMA in menselijke hersenen met behulp van indirecte methoden beschreven. Er zijn verschillende technieken toegepast die grotendeels andere effecten meten:

Eerst wordt nu uitgelegd hoe deze technieken werken en wat ermee wordt gemeten.

 

Biochemisch onderzoek
Hoofdstuk 3 Langetermijneffecten van XTC bij de mens