Functionele Magnetic Resonance Imaging (fMRI)[meer info]

Behalve voor het zichtbaar maken van de structuur en vorm van de hersenen kan met MRI ook de functie van de hersenen worden bestudeerd. Met deze methode, functionele MRI (fMRI) genoemd, is het mogelijk, opnieuw zonder gebruik te maken van radioactieve straling en zonder iets in te spuiten, de functie van de hersenen te onderzoeken. De techniek maakt gebruik van het verschil in magnetische resonantie tussen bloed met en bloed zonder (althans minder) zuurstof. Dit verschil kan fMRI meten omdat hemoglobine, de stof die zuurstof vervoert in het bloed, met zuurstof eraan gekoppeld (oxyhemoglobine) een andere resonantie geeft dan wanneer de zuurstof van het hemoglobine heeft losgelaten (deoxyhemoglobine). Omdat de mate van zuurstofgebruik een graad is voor de activiteit van de hersenen (omdat hersenen meer zuurstof gebruiken naarmate ze actiever zijn), levert fMRI informatie op over de activiteit van de hersenen. Maar met fMRI kan alleen de verandering in het zuurstofgebruik worden meten. Daarom is het noodzakelijkom tijdens het onderzoek een verandering in de hersenenactiviteit op te wekken om de functie van een bepaald hersengebied te kunnen bepalen. Dit kan worden gedaan door de proefpersoon een taak te laten verrichten en de hersenactiviteit tijdens het uitvoeren van deze taak te vergelijken met een andere (rust- of controle-) toestand. Deze rust- of controletaak dient in alles te lijken op de echte taak, behalve in dat ene aspect dat men wil meten. De ontwikkeling van dergelijke taken is bijna nog belangrijker geworden dan de MRI-techniek zelf.

 

PET-scan

Afbeelding van een MRI-scanner (links) en een MRI-scan van de hersenen (rechts).