Elektro-encepaholografie [meer info]

De hersenschors bestaat uit o.a. zenuwcellen die onderling met elkaar verbonden zijn. De zenuwcellen bevinden zich in groepen. Elke groep blijkt in de loop van de tijd een variŰrende spanning te hebben. De spanningsverschillen worden benut om de toestand van de hersenen van buitenaf te onderzoeken. De spanningsverschillen worden gemeten via de hoofdhuid. Voor het meten worden elektroden bevestigd op de hoofdhuid. De elektroden geven de elektrische spanningsverschillen door aan meetapparatuur. De spanningsverschillen zijn klein, slechts 50–100 microvolt. Het EEG-toestel moet ze dan ook versterken. De vorm, frequentie, amplitude en lokalisatie (plaats) van de golven geven informatie over het functioneren van de hersenen en de bewustzijnstoestand. Een afbeelding van de golven noemt men een elektro-encephalogram (EEG).

De geleiding van zenuwprikkels langs zenuwvezels heeft te maken met de beweging van elektrische ladingen en het opwekken van elektrische stroompjes. Met het oog op de vele biljoenen zenuwvezels in de hersenen en hun ingewikkelde verbindingen, vooral in de buitenste laag van de hersenen, kan op statistische gronden worden verwacht dat deze massa elektrische activiteit tegen elkaar wegvalt. Dat dit niet gebeurt, wijst erop dat veel zenuweenheden hun elektrische potentiaal synchroon veranderen, waardoor het elektrische ritme wordt gevormd dat de rustende toestand van gezonde hersenen domineert. Zodra de hersenactiviteit toeneemt, wordt dit fundamentele ritme verstoord. De versterking van de regelmatige trillingen wordt verminderd of verdwijnt geheel. Dit wijst erop dat doelmatige neurologische activiteit gepaard gaat met veel zenuwprikkels die niet met elkaar in de pas lopen.

Het normale EEG wordt gedomineerd door het alfaritme, een gestage afwisseling van 8 tot 13 trillingen per seconde (Hertz). Dit is het sterkst achterin het hoofd en wordt verstoord door visuele aandacht. Het bŔtaritme is sneller (van hogere frequentie) en van lagere amplitude dan het alfaritme. ThŔta- en Deltaritmes zijn heel langzaam en wijzen op een abnormale hersenfunctie als ze duidelijk aanwezig zijn. Iemands EEG blijft het grootste deel van zijn volwassen leven opmerkelijk constant en belangrijke veranderingen zijn zeer veelzeggend.

Het EEG verandert in de slaap. Het standaardslaappatroon wordt opvallend verstoord tijdens de REM-slaap. Het wordt be´nvloed door hyperventilatie, medicijnen, hersenschudding, hersenletsel, hersentumoren, hersenbloedingen, hersenontsteking (encefalitis) en diverse psychiatrische aandoeningen. Het EEG wordt vooral be´nvloed door epilepsie en is een belangrijk middel om de diverse vormen daarvan vast te stellen.

 

Neuropsychologische testen

Hoofdstuk 3 Langetermijneffecten van XTC