5    Discussie  [pdf]

In hun discussie gaan de auteurs van het Rapport Pennings in op een aantal aspecten die van belang zijn voor de interpretatie van onderzoeken naar de langetermijneffecten van XTC in de mens.

 

Een complicerende factor bij het humane onderzoek is dat het altijd retrospectief is geweest. De testen werden pas afgenomen en de metingen werden pas gedaan, ver nadat de onderzochte personen met het ecstasy gebruik waren begonnen. Een goed beeld van de uitgangssituatie is er daardoor niet.

 

Onderzoeken onder recreatieve XTC-gebruikers tonen aan dat soms sprake is van langdurige fysiologische en psychologische veranderingen. De resultaten van dit soort onderzoek zijn moeilijk te interpreteren. Vaak is niet bekend hoeveel en hoe vaak iemand heeft gebruikt. Veel XTC-gebruikers nemen daarnaast ook nog andere drugs (polydruggebruik), die mogelijk mede oorzaak kunnen zijn van gevonden veranderingen.

 

Onderzoek met proefdieren heeft aangetoond dat MDMA zenuwen in de hersenen aantast. Het beschadigt de uitlopers van zenuwcellen die zich bedienen van de overdrachtstof serotonine. XTC laat het cellichaam zelf in tact. Daarom is het onzeker of de beschadigingen blijvend zijn. Of de beschadigingen ook in die vorm in mensen optreden is ook nog steeds niet met zekerheid aangetoond. Biochemische en functionele onderzoeken wijzen wel in die richting. In het bijzonder geldt dat voor zware gebruikers.

 

Een bijkomend probleem bij het onderzoek in mensen betreft de gebruikte meetmethoden. Hoewel diverse parameters gemeten kunnen worden is niet altijd duidelijk wat de uitkomsten precies betekenen. Sommige meetinstrumenten of technieken meten morfologische (anatomische) veranderingen of veranderingen in biochemische parameters. Vaak is niet duidelijk wat dergelijke veranderingen precies voor het functioneren van de persoon inhouden. Sommige veranderingen lijken zich na verloop van tijd weer te herstellen.

 

De aantasting van de uitlopers van serotonerge zenuwcellen heeft vooral effect op hersenfuncties die met het geheugen, stemming en impulsief gedrag te maken hebben. Gebruik van XTC kan ook leiden tot cognitieve functiestoornissen, zoals verslechtering van het korte termijngeheugen. Het is nog altijd onduidelijk waar de functionele effecten die bij mensen gevonden zijn na het gebruik van XTC aan moeten worden toegeschreven. Beschadiging van zenuwceluitlopers zelf is bij mensen nooit direct vastgesteld. Wel heeft men een verandering van de dichtheid van diverse serotonerge receptoren en van de activiteit van het serotonerge systeem kunnen vaststellen. Maar of dit alles wijst op een feitelijke aantasting van de zenuwceluitlopers of op adaptatie is onduidelijk. Ook is niet bekend of een eventuele aantasting van die zenuwuitlopers en de hersenfuncties omkeerbaar is. Bij apen kunnen de zenuwuitlopers weer uitgroeien, maar of de functionaliteit daarmee volledig herstelt is onduidelijk.

 

En van de belangrijkste bevindingen in het Rapport Pennings is de rol van hyperthermie bij het ontstaan van serotonerge schade. De auteurs stellen dat: “Hoe groter de hoeveelheid MDMA die wordt ingenomen en hoe hoger de temperatuur is waarbij wordt gebruikt, des te groter de kans op langdurige serotonerge beschadigingen in de hersenen van gebruikers”.

 

Conclusies